Resultaten

Geen resultaten

We hebben niet gevonden wat je zoekt. Probeer een ander woord.

Ondernemen

Viagroep

Onderwijzen

Viagroep

Onderzoeken

Viagroep

Interview: Arno en Hans Mulder

19 April 2017 ondernemen, onderwijzen, onderzoeken

Beide broers leerden het klappen van de zweep in de IT van hun vader. Beiden hebben nog altijd een stevige adviseur naast zich op wie ze altijd kunnen vertrouwen. ‘Hij herstelt nu van een medische ingreep, maar tot voor kort zat hij hier iedere ochtend als een van de eersten op kantoor’, zegt Arno (1967). Op kantoor is Arno’s bedrijf Inventive in Rijswijk, al dertig jaar gespecialiseerd in enterprise resource planning (ERP). Inventive biedt een platform van 1300 ERP-functies, die samen de administratieve processen en bedrijfsprocessen van hun klanten optimaal laten draaien. Het bedrijf met 22 vaste medewerkers is gehuisvest in een onopvallend pand op de grens met Rijswijk. Binnen een zakelijke hipheid: neonlicht, Ferrari-roodleren stoelen, pictografische kunstwerkjes. In de presentatieruimte staat: ‘Whatever your business, systems are ours’, op de muur tegenover een groot scherm met een paar rijtjes bioscoopstoelen. ‘Inventive is een vrij klein bedrijf, dat past mij het beste’, zegt Arno. ‘Ik heb weleens meer mensen in dienst gehad, maar dat beviel me helemaal niet. Hoe groter een bedrijf, hoe meer mensen op elkaar gaan zitten wachten, hoe minder vaart er in het werk zit. Ik kan daar slecht tegen.

Ik snap niet hoe mijn vader een bedrijf van honderden werknemers heeft aangekund.’ Arno Mulder: een lange man met een fanatieke blik, die met licht Hagenees accent het beestje het liefst meteen bij zijn naam noemt. Een gedreven ondernemer en radde prater, met de rusteloosheid en het ongeduld van iemand die steeds achterom moet kijken of zijn gesprekspartner zijn tempo wel kan bijbenen.

‘Bedrijfsgrootte zegt op zich natuurlijk niet zo veel. Zie het bedrijf Whatsapp. Daar werken niet meer dan zestig mensen, maar er wordt wel meer waarde gecreëerd per medewerker dan bij Vodafone. Let wel: Vodafone telt meer dan 100.000 werknemers’, zegt Hans (1969). Hans Mulder: kleiner en steviger dan zijn broer. Even gedreven, maar de rust uitstralend van een beschouwelijk mens. Diplomatiek en innemend. Ook ondernemer, maar misschien toch vooral een wetenschapper, soms een beetje verstrooid. Arno draagt een pak, Hans draagt een geruite blouse.

Hans mocht als jongen bij Minihouse broodjes smeren en facturen sorteren. Arno hing wc-rollen op en waste auto’s. De twee waren kind aan huis bij Theo’s bedrijf. ‘Toen ik wat ouder was, mocht ik ook wel scripts testen,’ vertelt Arno, ‘en mee op pad met de hardware-mensen. Grote machines uitladen, beetje solderen, snoertjes aansluiten.’ Hans moet lachen: ‘Ja, jij viel onder Ben Ruk van de Technische Dienst. Ik was denk ik niet handig genoeg om mee op pad te mogen.’

Arno was niet geboren voor de schoolbanken. ‘Ik word nog steeds onrustig als ik te lang moet stil zitten luisteren naar iemand die zijn verhaal staat te doen. Ik vind het knap als mensen dat wel kunnen.’ Hij wist niet wat hij wilde worden. Automonteur misschien? ‘Theo nam me mee naar een garage. Ik was meteen genezen.’ De MTS kon Arno maar matig boeien. Hij deed er acht jaar over, ook omdat hij na vijf jaar zijn eigen bedrijf was gestart.

Hans hield het beduidend langer uit in de schoolbanken: Mavo, Havo, Meao, HTS, Nijenrode, TU Delft, en nu is hij executive professor in Antwerpen. Hans werd als specialist gehoord over falende IT-projecten van de overheid door de tijdelijke commissie ICT, onder voorzitterschap van Ton Elias. Vader Theo zat - van binnen glimmend van trots - in het publiek en voerde namens Hans het woord over de hoorzitting tegenover de pers.

Arno: ‘Ik ben heel blij met mijn job. Bijna geen dag is hetzelfde, mensen en omstandigheden veranderen voortdurend. Geen enkel systeem gaat van- zelf werken: mijn werk komt neer op enerzijds techniek anderzijds mensen managen. Het komt voor dat werknemers van een klant erachter komen dat ze onder termen die ze al zeven jaar met elkaar hanteren, volstrekt verschillende zaken verstaan. In feite ben ik bezig om ze een nieuwe taal te leren.

Hans: ‘Je komt soms krankzinnige dingen tegen, zoals bij een grote buizen- fabrikant die met SAP werkte. In dat systeem kwamen de medewerkers velden te kort om alle informatie vast te leggen, maar het aanpassen van de software was moeizaam. Creatief als mensen zijn, werden bestaande velden ‘misbruikt’ om de informatie toch op te slaan, een voorbeeld was de notie semafoonnummer die gebruikt werd om het staalcerti caat vast te leggen. Dat soort gekke dingen sluipt erin en probeer ik eruit te halen. Mensen zijn heel erg onder de indruk van een beeldscherm. Er spreekt nog altijd een zekere naïviteit uit de manier waarop ze met IT omgaan. Ze vragen zich zelden af wie de informatie die op hun scherm verschijnt, heeft ingevoerd en met welke bedoeling. Software is een maaksel en ook een beetje een groeisel, dat beseffen ze lang niet altijd.’

Arno: ‘Ik denk dat de nieuwe generatie IT’ers een soort therapeuten zijn, die de vinger op de zwakke plekken in een organisatie leggen. Je moet constant naar het wel en wee van de bedrijfsorganisatie vragen, en je moet een organisatie volledig doorgronden, anders krijg je nooit goede software op de plank.’

Hans: ‘Je kunt niet meer verkopen dat IT naadloos aansluit op een organisatie. Je moet de mensen die de organisatie vormen erbij betrekken, bevragen, coachen. Het is dus, zoals Arno ook zegt, voor een heel groot deel mensenwerk. In ruim vier op de tien grote IT-projecten blijft het gebouwde systeem na afronding werkloos staan. Het wordt simpelweg niet in gebruik genomen, omdat de mensen die ermee moeten werken dat vertikken, of omdat ze dat gewoon niet lukt.

Arno: ‘Veel software deugt ook gewoon niet, daar is niet goed mee te werken. Wij zitten met Inventive heel sterk op Single Source of Truth: kortgezegd eenduidigheid van informatie. In veel systemen kan meneer X in verschillende rollen opduiken. Op de ene plek als debiteur, op de andere plek als crediteur, terwijl meneer X maar één persoon is. Dan moet hij er dus ook als zodanig in voorkomen: als één bron. Een simpel voorbeeldje van een weeffoutje in een systeem dat wij aantreffen bij een klant, maar soms word je bang om aan al die kleine draadjes te gaan trekken, want de effecten ervan kunnen groot zijn.’

Hans: ‘Daarom moet je ook heel goede gesprekken voeren met de klant, voordat je aan het bouwen of verbouwen gaat. Je kunt vandaag de dag niet meer je verkoper erop afsturen met een chique map vol standaardproducten. Die tijd heeft Theo maar al te goed gekend, maar die tijd is over en uit. Verdieping in de klant is ons adagium. Ik denk dat Theo dat principe ook huldigde, maar de tijdgeest was anders.’

Arno: ‘Hij was in ieder geval een heel bevlogen ondernemer. Het was lang niet altijd makkelijk. Ik weet wel dat het soms ondernemen was met de rug tegen de muur. Hij had ook een heel veilige baan kunnen kiezen, in het onderwijs of zo, maar dat heeft ie dus nooit gedaan.’

Hans: ‘Dat hij ondernemer bleef in slechte tijden, had zeker ook te maken met zijn grote gevoel voor verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid voor de mensen die voor hem werkten, of het er nou een paar honderd waren of maar enkelen.’

Arno: ‘Nu ik er dieper over nadenk: misschien is Theo niet zozeer een onderne- mer, als wel een pionier. Hij wordt vooral gedreven door zijn onderzoekende geest.’

Hans: ‘Ik denk dat je daarin gelijk hebt. Hij was pionier in de zuivere IT, maar ook als het gaat om geschillenbeslechting. Hij heeft met minitrial en mediation de weg geopend naar een weloverwogen en professionele omgang met geschillen in de business. De kroon op zijn werk was natuurlijk de oprichting van de Stichting GeschillenOplossing Automatisering. En niet te vergeten het onderwijs. Hij hervormde de AMBI-opleiding.’

Arno: ‘Hij was altijd bezig en kende geen verschil tussen werk- en privétijd. Ik heb dat ook, nog steeds. Hans kan dat beter gescheiden houden.’

Hans: ‘Tot op zekere hoogte maar. Ik ben ook regelmatig nog ‘s avonds bezig, gewoon omdat ik er plezier in heb. Ik vind het leuk om ‘s avonds een artikel te schrijven.’

Arno: ‘Nou is mijn werk ook weer niet zaligmakend. Ik en mijn mensen zetten ons voor meer dan honderd procent in om de doelstellingen in een ERP- project te realiseren. Een ERP-implementatie is echt teamsport, dus van het hele projectteam verwacht je dan die inzet. Soms is het frustrerend om te constateren dat dit niet binnen elke organisatie het geval is.

Hans: ‘Wij zijn niet opgevoed met ontzag voor geld. Geld was niet zo belangrijk. Misschien was het niet eens bescheidenheid, eerder een volstrekte afwezigheid van behoefte aan materiële welvaart. Iets doen dat je interesseert en voldoening brengt, daar draaide het om. Voor mij nog steeds. En ook voor mijn kinderen. Mijn dochter is schoonheidsspecialiste. Mijn zoon studeert ICT aan de Haagse Hogeschool en ik denk dat hij ook de vrijheid van eigen baas zijn in zich heeft.’

Arno: ‘Mijn zoon heeft wel het uithoudingsvermogen dat ik miste in mijn studententijd. Ik heb daar bewondering voor. Hij studeert bio-informatica. En hij kan praten als Brugman. Ik denk dat hij ergens anders uitkomt dan ik, en dat is prima. Als er iets is wat ik van Theo geleerd heb, is het dat je werk moet kiezen omdat je dat wilt doen, en nergens anders om. En ik hoop dat mijn zoon dat precies zo zal doen.’ 

Interview: Arno en Hans Mulder
Tags Deel

VIAgroep

Venture Informatisering Adviesgroep NV, kortweg VIAgroep is gevestigd in Rijswijk en ingeschreven in het handelsregister Haaglanden onder nummer 164.764.

Hans Mulder in 60 seconden.

Hans Mulder in 60 seconden.

JW Player goes here

twitter feed

In Chaos We Trust https://t.co/j0oqDvVqTV
23 december Ondernemerspanel: of het helpt om topmannen veel te betalen? https://t.co/Wan5RqBKy5
SJSU joins DEMO community https://t.co/XjCltFbFx0
Developed by U-Lab